Gedragsvaardigheden

Hoe WIGO werkt aan sterke, sociale vaardigheden

 

Om echt tot leren te kunnen komen, moeten kinderen zich goed voelen.  Een veilige en positieve omgeving, zowel thuis als in de klas, is erg belangrijk om het emotionele welbevinden optimaal te krijgen.  Daarom besteden we doorheen de hele schoolloopbaan – van kleuter tot zesde leerjaar – bewust en planmatig aandacht aan sociale vaardigheden.

Een warme start in de kleuterschool

In de kleuterschool leren kinderen stap voor stap hoe ze samen kunnen spelen, delen, luisteren en gevoelens kunnen benoemen. Via verhalen, rollenspellen, kringgesprekken en gerichte activiteiten oefenen we:

  • samen spelen en samenwerken
  • omgaan met emoties
  • conflicten oplossen
  • respect tonen voor elkaar en voor materiaal

We werken preventief en bouwen aan een veilige, warme klasomgeving waarin elk kind zichzelf mag zijn.

Gerichte aanpak in de lagere school: Axenroos

In de lagere school werken we met de methodiek van de Axenroos. Dit model helpt kinderen om inzicht te krijgen in hun eigen gedrag en dat van anderen.

Via herkenbare symbolen (dieren) leren leerlingen:

  • opkomen voor zichzelf
  • respectvol reageren op anderen
  • grenzen aangeven
  • hulp vragen of hulp aanbieden
  • positief communiceren

De Axenroos geeft kinderen een gemeenschappelijke taal om over gedrag en gevoelens te spreken. Dat maakt moeilijke situaties bespreekbaar en versterkt het groepsgevoel.

Verankerd in ons dagelijks schoolleven

Sociale vaardigheden worden niet alleen tijdens specifieke lessen geoefend. Ze maken deel uit van ons dagelijks handelen:

  • tijdens groepswerk en partneropdrachten
  • op de speelplaats
  • in de refter
  • bij klas- en schoolactiviteiten
  • binnen de leerlingenraad

We zetten sterk in op preventie van pestgedrag en werken aan een verbindend schoolklimaat waarin respect, verantwoordelijkheid en zorg voor elkaar centraal staan.

Samen met ouders

Wij zien ouders uiteraard als belangrijke partners in de ontwikkeling. Door open communicatie en overleg willen we samen zorgen voor een consistente aanpak, zowel thuis als op school.

Kinderen begeleiden naar hun zelfbewuste, respectvolle en weerbare plekje in de maatschappij, doe je immers niet alleen.  Aan sociale vaardigheden bouwen we samen!

Hoe werken we op WIGO aan zelfsturing en zelfstandigheid?

 

De boot van kapitein Kabeljauw

Op WIGO varen we samen mee met de boot van kapitein Kabeljauw. Die boot gebruiken we als beeld om kinderen te leren hoe ze zichzelf kunnen sturen: in hun gedrag, hun gevoelens en hun manier van werken. Dat noemen we executieve functies.

We oefenen dit elke dag, in de klas en op de speelplaats. Door spel, duidelijke gewoontes en kleine oefeningen groeien kinderen stap voor stap uit tot een goede kapitein van hun eigen schip.

Het roer – Jezelf kunnen sturen

Het roer staat voor zelfregulatie.
We leren kinderen hoe ze rustig kunnen blijven, ook als iets moeilijk is of tegenzit. Ze oefenen om eerst na te denken en dan te reageren, net zoals kapitein Kabeljauw die zijn schip rechthoudt tijdens de golven.

De kaart – Plannen en organiseren

Een kapitein heeft een kaart nodig om te weten waar hij naartoe gaat.
Kinderen leren daarom plannen en organiseren: doelen stellen, taken in stappen opdelen en overzicht bewaren. We gebruiken hulpmiddelen zoals weekplanners en taakkaarten.

De bemanning – Samenwerken en flexibel zijn

Een schip vaart niet zonder bemanning.
We oefenen samenwerken: luisteren, overleggen en elkaar helpen. We oefenen ook flexibiliteit: soms verandert het weer en moeten we de koers aanpassen. Kinderen leren omgaan met onverwachte situaties.

De verrekijker – Je werkgeheugen gebruiken

Met de verrekijker kijkt kapitein Kabeljauw vooruit.
Dit beeld gebruiken we voor het werkgeheugen: informatie onthouden en gebruiken om een taak goed te kunnen uitvoeren. Kinderen oefenen dit door stappen te onthouden en verbanden te leggen.

Het anker – Even pauzeren voor je iets doet

Het anker zorgt dat de boot niet wegdrijft.
Zo staat het voor inhibitie: even stoppen, nadenken en dan pas handelen. Dit helpt kinderen om bewuster keuzes te maken en fouten te vermijden.